Naar de inhoud
SpeelGitaar

Niveau 1 · Eerste start · 10 minuten

Je gitaar leren kennen

Kop, hals, klankkast, frets, snaren: in tien minuten ken je alle onderdelen die in de rest van het leerpad voorbijkomen.

De onderdelen die je moet kennen

Je hoeft geen gitaarbouwer te worden, maar een paar namen komen in élke les terug:

  • Kop en stemmechanieken — bovenaan de hals. Hiermee stem je de snaren.
  • Hals en toets — het lange deel waarop je speelt.
  • Frets — de metalen richels op de toets. "Speel fret 3" betekent: druk de snaar in het vakje vlak vóór de derde richel.
  • Snaren — zes stuks. De dikste (die het laagst klinkt) noemen we de lage E-snaar. Daarna A, D, G, B en de dunne hoge e-snaar.
  • Brug — waar de snaren op de kast of het body-blok vastzitten.

Onthoud de snaarnamen met een ezelsbruggetje: Een Aap Die Geen Banaan Eet — van dik naar dun.

Tellen doen we zo

In lessen en akkoorddiagrammen nummeren we de vingers van je drukhand: 1 = wijsvinger, 2 = middelvinger, 3 = ringvinger, 4 = pink. Je duim krijgt geen nummer: die blijft achter de hals.

Snaren tellen we van dun naar dik: de hoge e-snaar is snaar 1, de lage E-snaar is snaar 6. Verwarrend? In het begin wel, maar je hebt het snel te pakken.

Oefening: Benoem en tokkel

  1. 1 Pak je gitaar en benoem hardop: kop, stemmechanieken, hals, frets, brug.
  2. 2 Tokkel elke snaar los van dik naar dun en zeg de naam: E, A, D, G, B, e.
  3. 3 Doe hetzelfde van dun naar dik. Drie rondes zonder spieken is genoeg.

Veelgemaakte fouten

  • Snaren van dun naar dik leren en dan in de war raken: leer ze altijd van dik (laag) naar dun (hoog).
  • De B-snaar "H" noemen: in oudere Nederlandse lesboeken kom je H tegen, maar vrijwel iedereen gebruikt tegenwoordig B.

Klaar voor de volgende stap wanneer…

  • Je kunt alle zes snaarnamen opnoemen zonder ezelsbruggetje.
  • Je weet wat "derde fret" betekent en waar je vinger dan staat.