Naar de inhoud
SpeelGitaar

Het leerpad

24 lessen, zes niveaus, één route. Elke les bestaat uit korte uitleg, een concrete oefening met tempodoel, de veelgemaakte fouten en een duidelijk antwoord op: wanneer ben ik klaar voor de volgende stap?

Vink lessen af terwijl je oefent — je voortgang wordt op dit apparaat bewaard, zonder account. Speel je vooral akoestisch of elektrisch? Bekijk ook het akoestische of elektrische accent.

1

Niveau 1: Eerste start

Voordat je akkoorden speelt, zorg je dat je gitaar goed klinkt en goed in je handen ligt. Dit niveau kost je hooguit een week, maar voorkomt maanden frustratie.

  1. 1.1 Je gitaar leren kennen Kop, hals, klankkast, frets, snaren: in tien minuten ken je alle onderdelen die in de rest van het leerpad voorbijkomen. 10 minuten
  2. 1.2 Je gitaar stemmen Een perfect gespeelde oefening op een ontstemde gitaar klinkt vals. Stemmen is dus les één — en met ons stemapparaat doe je het in twee minuten. 5 minuten, elke keer dat je speelt
  3. 1.3 Houding en handen Negen van de tien beginnersproblemen — zoemende snaren, pijnlijke pols, trage wissels — beginnen bij de houding. Twee minuten aandacht hiervoor betaalt zich elke les uit. 10 minuten
  4. 1.4 Plectrum en je eerste noten Hoe je een plectrum vasthoudt, bepaalt hoe je aanslag klinkt. Daarna speel je meteen je eerste mini-melodie. 15 minuten per dag, 3-5 dagen
2

Niveau 2: Eerste akkoorden

Em, E, Am, A, C, D en G: met deze zeven open akkoorden speel je een verbluffend groot deel van alle popmuziek. Het geheim zit niet in de vormen zelf, maar in het wisselen.

  1. 2.1 Je eerste akkoorden: Em en E Twee vingers, zes snaren, één grote klank. Em is het perfecte startakkoord — en met één vinger erbij heb je meteen ook E majeur. 15 minuten per dag, ± 1 week
  2. 2.2 Am en A De vorm van E één snaar opschuiven geeft Am. Daarna leer je A — het akkoord met drie vingers in één vakje. 15 minuten per dag, ± 1 week
  3. 2.3 D, C en G De laatste drie van de grote zeven. D vraagt precisie in je slaghand, C laat je vingers strekken en G geeft je de volle zes-snarige klank. 15 minuten per dag, 2-3 weken
  4. 2.4 Sneller wisselen tussen akkoorden Je kent nu zeven akkoorden — maar songs vragen dat je er zonder haperen tussen wisselt. Dit is dé vaardigheid die bepaalt hoe snel je echt muziek gaat maken. 10 minuten per dag, doorlopend
3

Niveau 3: Ritme

Akkoorden kennen is de helft; ze op het juiste moment aanslaan is de andere helft. Ritme is wat akkoordvormen verandert in muziek — en het wordt door bijna elke beginner onderschat.

  1. 3.1 De maat voelen en tellen Vrijwel alle popmuziek telt in vieren. Wie leert tellen terwijl hij speelt, klinkt binnen een week muzikaler. 10 minuten per dag, ± 1 week
  2. 3.2 Downstrokes en upstrokes Neerwaarts slaan op de tel, opwaarts ertussenin: dit simpele systeem is de motor achter elk slagpatroon dat je ooit gaat spelen. 10 minuten per dag, ± 1 week
  3. 3.3 Je eerste slagpatronen Eén patroon — down, down-up, up-down-up — draagt letterlijk duizenden songs. Hier leer je het stap voor stap, plus twee varianten. 15 minuten per dag, 2 weken
  4. 3.4 Strak leren spelen met de metronoom Wie strak in de maat speelt, klinkt beter dan wie moeilijke dingen half in de maat speelt. Dit is de les die je spel muzikaal maakt. 10 minuten per dag, doorlopend
4

Niveau 4: Eerste songs

Akkoorden + wissels + ritme = songs. In dit niveau leer je hoe songs in elkaar zitten, hoe je een akkoordenschema van begin tot eind volhoudt en hoe je je akkoorden verrijkt met septiem- en sus-klanken.

  1. 4.1 Hoe een song in elkaar zit Couplet, refrein, brug: wie de bouwstenen herkent, leert songs drie keer zo snel. En het beroemde 4-akkoordenschema blijkt overal te zitten. 15 minuten per dag, ± 1 week
  2. 4.2 Septiemakkoorden: kleur en blues A7, E7, D7, G7 en B7: één extra noot verandert een braaf akkoord in een akkoord met een verhaal. Meteen ook je toegangsticket tot de blues. 15 minuten per dag, 1-2 weken
  3. 4.3 Sus-akkoorden en versieringen Dsus4, Asus2, Cadd9: de akkoorden waarmee je begeleiding gaat klinken als een plaat in plaats van als een oefening. 15 minuten per dag, ± 1 week
  4. 4.4 Meespelen en doorspelen De lakmoesproef van dit niveau: vier minuten non-stop begeleiding spelen zonder te stoppen bij foutjes. Zo word je van oefenaar een muzikant. 15 minuten per dag, ± 1 week
5

Niveau 5: Techniek

Hier ontgrendel je de hele gitaarhals: verschuifbare powerchords, het barre-akkoord en de eerste lead-technieken zoals hammer-ons, pull-offs en slides.

  1. 5.1 Powerchords en palm mute Twee of drie snaren, één verschuifbare vorm, oneindig veel rock. Powerchords zijn makkelijker dan open akkoorden — en klinken meteen stoer. 15 minuten per dag, 1-2 weken
  2. 5.2 Het barre-akkoord Eén vinger over alle snaren: de techniek met de zwaarste reputatie. Met de juiste aanpak — en realistische verwachtingen — kraak je hem in een paar weken. 10 minuten per dag, 3-6 weken
  3. 5.3 Hammer-ons, pull-offs en slides Noten verbinden zonder opnieuw aan te slaan: dit is waar je spel vloeiend en "gitaarachtig" gaat klinken. 10 minuten per dag, 2 weken
  4. 5.4 Kies je accent: akoestisch of elektrisch De fundamenten zijn voor iedereen gelijk — vanaf hier kleurt je route mee met jouw gitaar en jouw muziek. Kies je accent en train de bijbehorende specialiteiten. Doorlopend
6

Niveau 6: Lead & theorie

De pentatonische toonladder, je eerste solo’s, bends en net genoeg theorie om te snappen waaróm akkoorden bij elkaar horen. Vanaf hier bepaal je zelf de route.

  1. 6.1 De pentatonische toonladder Vijf noten waarmee vrijwel elke gitaarsolo ooit is gespeeld. Leer één patroon en je kunt improviseren — echt waar. 15 minuten per dag, 2-3 weken
  2. 6.2 Bends en vibrato De technieken die een gitaar laten zingen. Een goede bend is precies op toonhoogte — en dat kun je leren horen. 10 minuten per dag, 2-3 weken
  3. 6.3 Waarom akkoorden bij elkaar horen Net genoeg theorie om zelf schema’s te bouwen, songs te doorzien en met andere muzikanten te praten. Geen notenschrift nodig. 15 minuten per dag, 1-2 weken
  4. 6.4 Je eerste solo: improviseren Alles komt samen: pentatoniek, bends, ritmegevoel en akkoordkennis. Improviseren is geen magie — het is woordjes leren en dan durven praten. 15 minuten per dag, doorlopend