Niveau 3 · Ritme · 10 minuten per dag, ± 1 week
Downstrokes en upstrokes
Neerwaarts slaan op de tel, opwaarts ertussenin: dit simpele systeem is de motor achter elk slagpatroon dat je ooit gaat spelen.
De pendelbeweging
Je slaghand beweegt als een slinger: omlaag op de tel, omhoog tussen de tellen. Downstrokes (↓) vallen op 1, 2, 3, 4. Upstrokes (↑) vallen op de "en" ertussen: 1-en-2-en-3-en-4-en.
De gouden regel: de pendel stopt nooit. Ook als een slag niet klinkt, beweegt je hand gewoon door. Zo blijft je timing vanzelf kloppen — je hand ís je metronoom.
Licht en ontspannen
Strummen komt uit je pols met een beetje onderarm, alsof je water van je vingers schudt. Bij upstrokes hoef je niet alle zes snaren te raken: de bovenste drie, vier snaren is precies goed. Hoe lichter je aanslag, hoe muzikaler het klinkt.
Oefening: Van downs naar down-up
Doel: vloeiend down-up op 80 bpm met akkoordwissels
- 1 Pak Em. Metronoom op 60 bpm. Speel vier maten alleen downstrokes op de tel.
- 2 Speel daarna down-up op elke tel: ↓↑↓↑↓↑↓↑, hardop "1-en-2-en-3-en-4-en" tellen.
- 3 Wissel elke vier maten tussen alleen-downs en down-up zonder te stoppen.
- 4 Herhaal met G en D erbij: elke maat een akkoordwissel op tel 1.
Veelgemaakte fouten
- De pendel stoppen tijdens een akkoordwissel — beweeg door, ook als de wissel nog niet af is.
- Upstrokes even hard en vol spelen als downstrokes: up is licht en raakt minder snaren.
- Vanuit de elleboog hakken in plaats van vanuit de pols zwaaien.
Klaar voor de volgende stap wanneer…
- Je speelt zestien maten down-up op 80 bpm zonder de pendel te onderbreken.
- Je wisselt akkoorden zonder dat je slaghand hapert.