Natuurlijke mineurtoonladder
De donkere tegenhanger van majeur. Zelfde noten als de parallelle majeurtoonladder, maar met de zesde toon als thuisbasis.
Patroon in A (frets 5–9)
Oranje stippen zijn de grondtoon (A). Onderste lijn is je dikste snaar (lage E) — precies zoals je op je eigen hals neerkijkt.
Noten in A
A – B – C – D – E – F – G
Intervallen
1 – 2 – b3 – 4 – 5 – b6 – b7
Wanneer gebruik je deze toonladder?
Rock, ballads, singer-songwriter en alles met een melancholische klank.
Zo oefen je hem muzikaal
- Op en neer met de metronoom — één noot per tel op 60 bpm, daarna achtsten. Dit traint de vingerzetting.
- In groepjes van drie — speel drie noten, begin één noot hoger, herhaal. Dit traint soepelheid.
- Als mini-solo — speel drie tot vijf noten, laat rust vallen en antwoord jezelf. Dit traint muziek. Sla deze stap nooit over.
Meer context nodig? In de pentatoniek-les van het leerpad leer je stap voor stap hoe je van patroon naar improvisatie komt.